In het heetst van de boerenprotesten rond het stikstofrapport van de Commissie-Remkes gaf Sportaccom mij de opdracht om uit te zoeken waarom sport en sportaccommodaties niet in het onderzoek voorkwamen.
Veranderingen in de sport door de stikstofcrisis - Sportaccom 4, winter 2019
”Niet alles kan” was de titel van het stikstofrapport, dat de Commissie Remkes eind september publiceerde. In de statistische taartvorm met veroorzakers ontbreekt de categorie 'sport', maar daarmee gaat de problematiek niet aan de sector voorbij.
Zo verwierp de Raad van State in september het bestemmingsplan 'Sportpark Het Fortuin' van de gemeente Zaanstad, waardoor hockeyclub 'De Kraaien' voorlopig niet aan een verhuizing hoeft te denken. Ook plannen voor een fusie tussen de voetbalverenigingen Sint Adelbert, Zeevogels en Egmondia in Egmond aan den Hoef op een nieuw complex kwam niet voorbij de rechter, vanwege een gebrek aan bescherming van de kwetsbare natuur in de omgeving.
Nauwelijks hinder
Tot nog toe is Dick Zeegers als directeur van de Stichting Waarborgfonds Sport nog weinig concrete problemen rond de stikstofdepositie tegengekomen. "Het volume van de aanvragen voor een borgstelling is bij ons dit jaar niet kleiner dan in andere jaren. We hebben begin november al honderdtien projecten gedaan, waarmee we qua aantal niet afwijken. Wat bij ons binnenkomt, heeft grotendeels de vergunningen op orde, terwijl ik ook weinig geluiden hoor van sportverenigingen die niet kunnen investeren in hun accommodatie. Uit mijn hoofd herinner ik me slechts drie gevallen waarbij de vergunningen geweigerd is. Daaruit trek ik voorzichtig de conclusie dat bouwprojecten in de sport tot nog toe nauwelijks hinder ondervinden, met uitzondering van een sporthal of een zwembad. Zouden die niet door de stikstoftoets heenkomen, dan zal de aanvraag voor een borgstelling ook niet op mijn bureau komen. Voor mij is het daarom moeilijk om in te schatten of de huidige bouwstop gevolgen heeft voor de sport. Als SWS zitten we aan het eind van de keten.”
Routekaart Duurzame Sport
De rol van sport is volgens André de Jeu, directeur Vereniging Sport en Gemeenten, niet zo groot, maar hij trekt de problematiek in een breder kader .”Al vind ik het wel moeilijk om greep te krijgen op alle cijfers, oorzaken en gevolgen in de duurzaamheidsdiscussie. Het zou goed zijn als we weten welke maatregel echt iets oplevert om de stikstofdepositie terug te dringen. We hebben de duurzame sportinfrastructuur in het Nationaal Sportakkoord opgenomen als onderdeel van de klimaattafels met daarin de energietransitie en de vergroening. Het zou goed als de sport de tijd krijgt om de resultaten daarvan te kunnen meten. In januari verschijnt de Routekaart Duurzame Sport, die uitgebreid is doorgerekend. Daarin is de maximale bijdrage opgenomen die sport kan bijdragen aan deze problematiek. Laten we daar nu eerst eens aan gaan werken.”
Accurate kennis
De sport zelf zal niet met oplossingen komen, maar het kan wel gebruik maken van innovaties, meent De Jeu. ”We missen op dit moment de rust om eerst goed te onderzoeken welke maatregelen het meeste effect resulteren. Denk bijvoorbeeld aan de onderlaag van nieuwe kunstgrasvelden, die stikstof kan opnemen. Een natuurgrasveld kan dat ook doen en dan rijst de vraag, meestal in een gemeenteraad, waar kiezen we voor? Dan moeten onvoldoende ingevoerde raadsleden een beslissing nemen op grond van ondoorgrondelijke cijfers. Vervolgens dienen deze uitkomsten bij de ambtenaren en politici op een heldere manier op tafel te liggen. Nu krijgen wethouders vijf minuten de tijd om hun verhaal te doen, waarna direct het politieke debat begint. Het zou veel helpen als de kennis in de raad en in het ambtenarenapparaat op dit terrein accuraat is. Daar kan de Routekaart binnenkort een belangrijke bijdrage aan leveren.”
Hogere kosten
De bouw en de renovatie van sportaccommodaties zal in de toekomst vrijwel geheel op duurzame wijze verlopen, al vraagt De Jeu zich nog wel af wie de hogere kosten voor zijn rekening neemt. "De verduurzamingsroutekaart geeft uitstekend aan welke grondstoffen, materialen en bouwsystemen we kunnen gebruiken, maar we schatten wel in dat de rekening daarvoor in de komende jaren met ruim drie miljard euro zal toenemen. Gaat de overheid die hogere prijs betalen of neemt de gemeente dat voor haar rekening? En dan gaan we uit van het huidige prijsniveau. We willen allemaal die kant op, maar dan zullen we ook moeten accepteren dat daar in de komende jaren een stevig prijskaartje aan hangt.”
Terugverdientijd
Dat prijskaartje was één van de redenen voor de KNVB, de KNHB en de KNLTB om samen 'de Groene Club' op te zetten om de sportverenigingen te verduurzamen. Via een vijfstappenplan in deze campagne kunnen clubs diverse maatregelen toepassen die niet alleen vriendelijk zijn voor het milieu maar ook voor de clubbegroting. "Deze actie richt zich overigens niet rechtstreeks op de stikstofdepositie, maar vooral op beperking van de CO2-uitstoot via duurzame stroomopwekking met zonnepanelen en energiebesparing.", vertelt projectmanager Micha Rots. De Groene Club biedt daarmee geen directe oplossing voor situaties als in Zaanstad en Egmond aan den Hoef. "Wel kunnen we tegenwoordig alle nieuwe sportaccommodaties energieneutraal opleveren. Dat lukt niet bij de renovatie van clubhuizen en kantines uit de jaren zeventig en tachtig, waar nauwelijks rekening is gehouden met isolatie van de gebouwen. Dubbel glas of een nieuw dak is dan niet rendabel en alleen van toepassing bij een natuurlijk vervangmoment. Daarentegen ligt de terugverdientijd van zonnepanelen voor een gemiddelde vereniging nu al onder de vijf jaar met een jaarlijks rendement van twintig procent. Daarom zeggen we ook in de Groene Club: "Als je het niet voor het milieu doet, doe het dan voor je portemonnee.”
Energieopslag in de sport
Bij nieuwbouw is een aardgasaansluiting, volgens Rots, een gepasseerd station. ”Dat is niet meer nodig. De warmtevraag op een sportcomplex is dan wel ingewikkeld, denk aan de piekbelasting tijdens het douchen, maar vrijwel alle architecten en installateurs hebben daar tegenwoordig oplossingen voor, is mijn ervaring. Zo leveren de huidige generatie zonnepanelen voldoende stroom op voor een warmtepomp, omdat een nieuwe complex optimaal geïsoleerd is. Voor de veldverlichting in de avond wachten we nog op de juiste accu om de dagstroom op te slaan. Daarbij hebben de sportverenigingen, mijns inziens, wel de perfecte eigenschappen om energieopslag te laten renderen. Als dit financieel haalbaar is, dan hoop ik dat sportclubs daar heel snel gebruik van kunnen maken, ook als voorbeeld voor de maatschappij.”
Mineralenboekhouding
Het nieuwe clubhuis van 'De Kraaien' kende op papier een heel duurzaam plan met moderne bouwmaterialen, maar kreeg toch geen vergunning. De stikstofuitstoot is dan waarschijnlijk het gevolg vanr het bouwverkeer, dat makkelijk meetbaar is. Datzelfde geldt voor de depositie van landbouwgronden, waarvan precies bekend is waarmee de boer de bodem bemest. Misschien ontbreken de sportvelden om die reden in het rapport van Remkes. Patrick van der Weide is al een aantal jaren adviseur sportveld, die recent een bodemadviesbureau opzette om via mobiele sensoren de bodem in kaart te brengen. "De stikstofproblematiek lijkt de sport niet te raken, maar dat komt volgens mij deels omdat de overheid weinig regels voor de sector heeft vastgesteld. Het verbaast mij dat de landbouw een mineralenboekhouding dient bij te houden, terwijl de meststoffen voor het onderhoud van sportvelden ongemoeid blijven. Daarmee komt de eigenaar, meestal de gemeente, goed weg en komt sport in de depositiestatistieken niet voor. De grasvelden bevatten juist veel stikstoffen als voeding, die je liever niet in de lucht ziet verdwijnen. Ik zie wel alternatieven, maar voorlopig is de sector nog druk genoeg met de invoering van de Green Deal. Deze richt zich terecht op het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen, maar misschien hadden we het gebruik van meststoffen en water in de regeling mee moeten nemen.”
Doelen bijstellen
”In de toekomst zullen we met organische stoffen de bodem gezond moeten maken, waardoor we het bodemleven weer gaan stimuleren.”, meent Van der Weide. ”Nu is de afvoer van water dé prioriteit om het veld permanent bespeelbaar te houden. Daardoor is veel mest en besproeïing nodig voor de grasgroei. Het zou beter zijn als het gras natuurlijke stikstof als voedsel uit de grond kan halen. Verder is de belasting van het veld door de uitgebreide competities erg groot, waardoor het gras moeilijker kan herstellen. Kunstgras is voor dat probleem een mogelijke oplossing, maar in stedelijke gebieden hebben we juist weer behoefte aan natuurgras voor de hitteopname op warme dagen. Dat kan een aantal graden schelen. Intussen streven we als branche naar het emissieloos telen zonder stikstof of uitspoeling van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. In Nederland zij wij in staat om van iedere bodemsoort een goed bespeelbaar sportveld te maken. Dat maakt ons haast uniek in de wereld. Misschien moeten we anders gaan kijken naar het gebruik van de velden. Is het nodig om midden in de winter te sporten op een kwetsbaar natuurprodukt, dat in die periode niet in staat is om zich te herstellen? Wellicht is het tijd om onze doelen bij te stellen. Is het erg als een klavertje of madeliefje in het strafschopgebied groeit? We zijn erg verwend geraakt, denk ik.”
Uitstoot terugbrengen
Anders kijken naar het gebruik van het veld en naar het inrichten van de competitie. Daarmee komt de problematiek van stikstof en CO2 plotseling bij elkaar. Zo rekende de KNVB afgelopen jaar uit dat spelers, toeschouwers, scheidsrechters en clubofficials ieder seizoen meer dan driehonderd miljoen autokilometers rijden om te trainen of te spelen waarbij ze een uitstoot van 65 kiloton CO2 voortbrengen. Samen met energieleverancier ENGIEO organiseerde de voetbalbond begin dit jaar een Hackathon om tot innovatieve oplossingen te komen om deze uitstoot terug te dringen. Rond het Nederlands Elftal en de amateurwedstrijden in het weekend bleken de meeste transportbewegingen voor te komen. Daarvoor bedachten de deelnemers oplossingen in een vorm van carpoolen via een spel voor het vullen van de auto's tot een maximale bezetting, zowel naar uitwedstrijden als van huis naar de club voor de training of een wedstrijd. Een ander idee was een speelschema vaststellen aan de hand van de ov-diensten. Wel twaalf teams in een afdeling, maar met een maximale benutting van het openbaar vervoer. Profvoetballers reizen met een spelersbus, dus waarom amateurploegen niet, was het slimme marketingvoorstel hierbij. De ontvangende ploeg zou vervolgens bij de bushalte kunnen staan om de tegenstanders op te halen en na de wedstrijd weer af te zetten. Het aanpassen van het speelschema bleek tot liefst 86% CO2-uitstoot te kunnen besparen. In een volgende sessie van deze Hackathon zouden de deelnemers kunnen kijken naar alternatieven om de velden niet te veel te belasten.
Zo verwierp de Raad van State in september het bestemmingsplan 'Sportpark Het Fortuin' van de gemeente Zaanstad, waardoor hockeyclub 'De Kraaien' voorlopig niet aan een verhuizing hoeft te denken. Ook plannen voor een fusie tussen de voetbalverenigingen Sint Adelbert, Zeevogels en Egmondia in Egmond aan den Hoef op een nieuw complex kwam niet voorbij de rechter, vanwege een gebrek aan bescherming van de kwetsbare natuur in de omgeving.
Nauwelijks hinder
Tot nog toe is Dick Zeegers als directeur van de Stichting Waarborgfonds Sport nog weinig concrete problemen rond de stikstofdepositie tegengekomen. "Het volume van de aanvragen voor een borgstelling is bij ons dit jaar niet kleiner dan in andere jaren. We hebben begin november al honderdtien projecten gedaan, waarmee we qua aantal niet afwijken. Wat bij ons binnenkomt, heeft grotendeels de vergunningen op orde, terwijl ik ook weinig geluiden hoor van sportverenigingen die niet kunnen investeren in hun accommodatie. Uit mijn hoofd herinner ik me slechts drie gevallen waarbij de vergunningen geweigerd is. Daaruit trek ik voorzichtig de conclusie dat bouwprojecten in de sport tot nog toe nauwelijks hinder ondervinden, met uitzondering van een sporthal of een zwembad. Zouden die niet door de stikstoftoets heenkomen, dan zal de aanvraag voor een borgstelling ook niet op mijn bureau komen. Voor mij is het daarom moeilijk om in te schatten of de huidige bouwstop gevolgen heeft voor de sport. Als SWS zitten we aan het eind van de keten.”
Routekaart Duurzame Sport
De rol van sport is volgens André de Jeu, directeur Vereniging Sport en Gemeenten, niet zo groot, maar hij trekt de problematiek in een breder kader .”Al vind ik het wel moeilijk om greep te krijgen op alle cijfers, oorzaken en gevolgen in de duurzaamheidsdiscussie. Het zou goed zijn als we weten welke maatregel echt iets oplevert om de stikstofdepositie terug te dringen. We hebben de duurzame sportinfrastructuur in het Nationaal Sportakkoord opgenomen als onderdeel van de klimaattafels met daarin de energietransitie en de vergroening. Het zou goed als de sport de tijd krijgt om de resultaten daarvan te kunnen meten. In januari verschijnt de Routekaart Duurzame Sport, die uitgebreid is doorgerekend. Daarin is de maximale bijdrage opgenomen die sport kan bijdragen aan deze problematiek. Laten we daar nu eerst eens aan gaan werken.”
Accurate kennis
De sport zelf zal niet met oplossingen komen, maar het kan wel gebruik maken van innovaties, meent De Jeu. ”We missen op dit moment de rust om eerst goed te onderzoeken welke maatregelen het meeste effect resulteren. Denk bijvoorbeeld aan de onderlaag van nieuwe kunstgrasvelden, die stikstof kan opnemen. Een natuurgrasveld kan dat ook doen en dan rijst de vraag, meestal in een gemeenteraad, waar kiezen we voor? Dan moeten onvoldoende ingevoerde raadsleden een beslissing nemen op grond van ondoorgrondelijke cijfers. Vervolgens dienen deze uitkomsten bij de ambtenaren en politici op een heldere manier op tafel te liggen. Nu krijgen wethouders vijf minuten de tijd om hun verhaal te doen, waarna direct het politieke debat begint. Het zou veel helpen als de kennis in de raad en in het ambtenarenapparaat op dit terrein accuraat is. Daar kan de Routekaart binnenkort een belangrijke bijdrage aan leveren.”
Hogere kosten
De bouw en de renovatie van sportaccommodaties zal in de toekomst vrijwel geheel op duurzame wijze verlopen, al vraagt De Jeu zich nog wel af wie de hogere kosten voor zijn rekening neemt. "De verduurzamingsroutekaart geeft uitstekend aan welke grondstoffen, materialen en bouwsystemen we kunnen gebruiken, maar we schatten wel in dat de rekening daarvoor in de komende jaren met ruim drie miljard euro zal toenemen. Gaat de overheid die hogere prijs betalen of neemt de gemeente dat voor haar rekening? En dan gaan we uit van het huidige prijsniveau. We willen allemaal die kant op, maar dan zullen we ook moeten accepteren dat daar in de komende jaren een stevig prijskaartje aan hangt.”
Terugverdientijd
Dat prijskaartje was één van de redenen voor de KNVB, de KNHB en de KNLTB om samen 'de Groene Club' op te zetten om de sportverenigingen te verduurzamen. Via een vijfstappenplan in deze campagne kunnen clubs diverse maatregelen toepassen die niet alleen vriendelijk zijn voor het milieu maar ook voor de clubbegroting. "Deze actie richt zich overigens niet rechtstreeks op de stikstofdepositie, maar vooral op beperking van de CO2-uitstoot via duurzame stroomopwekking met zonnepanelen en energiebesparing.", vertelt projectmanager Micha Rots. De Groene Club biedt daarmee geen directe oplossing voor situaties als in Zaanstad en Egmond aan den Hoef. "Wel kunnen we tegenwoordig alle nieuwe sportaccommodaties energieneutraal opleveren. Dat lukt niet bij de renovatie van clubhuizen en kantines uit de jaren zeventig en tachtig, waar nauwelijks rekening is gehouden met isolatie van de gebouwen. Dubbel glas of een nieuw dak is dan niet rendabel en alleen van toepassing bij een natuurlijk vervangmoment. Daarentegen ligt de terugverdientijd van zonnepanelen voor een gemiddelde vereniging nu al onder de vijf jaar met een jaarlijks rendement van twintig procent. Daarom zeggen we ook in de Groene Club: "Als je het niet voor het milieu doet, doe het dan voor je portemonnee.”
Energieopslag in de sport
Bij nieuwbouw is een aardgasaansluiting, volgens Rots, een gepasseerd station. ”Dat is niet meer nodig. De warmtevraag op een sportcomplex is dan wel ingewikkeld, denk aan de piekbelasting tijdens het douchen, maar vrijwel alle architecten en installateurs hebben daar tegenwoordig oplossingen voor, is mijn ervaring. Zo leveren de huidige generatie zonnepanelen voldoende stroom op voor een warmtepomp, omdat een nieuwe complex optimaal geïsoleerd is. Voor de veldverlichting in de avond wachten we nog op de juiste accu om de dagstroom op te slaan. Daarbij hebben de sportverenigingen, mijns inziens, wel de perfecte eigenschappen om energieopslag te laten renderen. Als dit financieel haalbaar is, dan hoop ik dat sportclubs daar heel snel gebruik van kunnen maken, ook als voorbeeld voor de maatschappij.”
Mineralenboekhouding
Het nieuwe clubhuis van 'De Kraaien' kende op papier een heel duurzaam plan met moderne bouwmaterialen, maar kreeg toch geen vergunning. De stikstofuitstoot is dan waarschijnlijk het gevolg vanr het bouwverkeer, dat makkelijk meetbaar is. Datzelfde geldt voor de depositie van landbouwgronden, waarvan precies bekend is waarmee de boer de bodem bemest. Misschien ontbreken de sportvelden om die reden in het rapport van Remkes. Patrick van der Weide is al een aantal jaren adviseur sportveld, die recent een bodemadviesbureau opzette om via mobiele sensoren de bodem in kaart te brengen. "De stikstofproblematiek lijkt de sport niet te raken, maar dat komt volgens mij deels omdat de overheid weinig regels voor de sector heeft vastgesteld. Het verbaast mij dat de landbouw een mineralenboekhouding dient bij te houden, terwijl de meststoffen voor het onderhoud van sportvelden ongemoeid blijven. Daarmee komt de eigenaar, meestal de gemeente, goed weg en komt sport in de depositiestatistieken niet voor. De grasvelden bevatten juist veel stikstoffen als voeding, die je liever niet in de lucht ziet verdwijnen. Ik zie wel alternatieven, maar voorlopig is de sector nog druk genoeg met de invoering van de Green Deal. Deze richt zich terecht op het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen, maar misschien hadden we het gebruik van meststoffen en water in de regeling mee moeten nemen.”
Doelen bijstellen
”In de toekomst zullen we met organische stoffen de bodem gezond moeten maken, waardoor we het bodemleven weer gaan stimuleren.”, meent Van der Weide. ”Nu is de afvoer van water dé prioriteit om het veld permanent bespeelbaar te houden. Daardoor is veel mest en besproeïing nodig voor de grasgroei. Het zou beter zijn als het gras natuurlijke stikstof als voedsel uit de grond kan halen. Verder is de belasting van het veld door de uitgebreide competities erg groot, waardoor het gras moeilijker kan herstellen. Kunstgras is voor dat probleem een mogelijke oplossing, maar in stedelijke gebieden hebben we juist weer behoefte aan natuurgras voor de hitteopname op warme dagen. Dat kan een aantal graden schelen. Intussen streven we als branche naar het emissieloos telen zonder stikstof of uitspoeling van bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater. In Nederland zij wij in staat om van iedere bodemsoort een goed bespeelbaar sportveld te maken. Dat maakt ons haast uniek in de wereld. Misschien moeten we anders gaan kijken naar het gebruik van de velden. Is het nodig om midden in de winter te sporten op een kwetsbaar natuurprodukt, dat in die periode niet in staat is om zich te herstellen? Wellicht is het tijd om onze doelen bij te stellen. Is het erg als een klavertje of madeliefje in het strafschopgebied groeit? We zijn erg verwend geraakt, denk ik.”
Uitstoot terugbrengen
Anders kijken naar het gebruik van het veld en naar het inrichten van de competitie. Daarmee komt de problematiek van stikstof en CO2 plotseling bij elkaar. Zo rekende de KNVB afgelopen jaar uit dat spelers, toeschouwers, scheidsrechters en clubofficials ieder seizoen meer dan driehonderd miljoen autokilometers rijden om te trainen of te spelen waarbij ze een uitstoot van 65 kiloton CO2 voortbrengen. Samen met energieleverancier ENGIEO organiseerde de voetbalbond begin dit jaar een Hackathon om tot innovatieve oplossingen te komen om deze uitstoot terug te dringen. Rond het Nederlands Elftal en de amateurwedstrijden in het weekend bleken de meeste transportbewegingen voor te komen. Daarvoor bedachten de deelnemers oplossingen in een vorm van carpoolen via een spel voor het vullen van de auto's tot een maximale bezetting, zowel naar uitwedstrijden als van huis naar de club voor de training of een wedstrijd. Een ander idee was een speelschema vaststellen aan de hand van de ov-diensten. Wel twaalf teams in een afdeling, maar met een maximale benutting van het openbaar vervoer. Profvoetballers reizen met een spelersbus, dus waarom amateurploegen niet, was het slimme marketingvoorstel hierbij. De ontvangende ploeg zou vervolgens bij de bushalte kunnen staan om de tegenstanders op te halen en na de wedstrijd weer af te zetten. Het aanpassen van het speelschema bleek tot liefst 86% CO2-uitstoot te kunnen besparen. In een volgende sessie van deze Hackathon zouden de deelnemers kunnen kijken naar alternatieven om de velden niet te veel te belasten.
Dit artikel verscheen in Sportaccom 4, 2019, het vakblad voor sportbestuurders en -beheerders.